ECLI:NL:RBDHA:2024:13820
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen toegangsweigering tot Nederland wegens ontbreken geldig visum
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, heeft op 28 augustus 2024 administratief beroep ingesteld tegen het besluit van de grensbewakingsambtenaar om hem de toegang tot het Schengengebied te weigeren wegens het ontbreken van een geldig visum. Verzoeker had eerder procedureel rechtmatig verblijf in Nederland, maar is op 17 juli 2024 zelfstandig naar Turkije vertrokken zonder terugkeervisum.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker terecht de toegang is geweigerd omdat hij niet voldoet aan de voorwaarden van de Schengengrenscode en de Vreemdelingenwet. Het feit dat verzoeker de lopende beroepsprocedure in Nederland wil afwachten, rechtvaardigt geen toegang op dit moment, aangezien hij de uitkomst ook in zijn land van herkomst kan afwachten.
De voorzieningenrechter concludeert dat het administratief beroep geen redelijke kans van slagen heeft en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de toegangsweigering wordt afgewezen.