ECLI:NL:RBDHA:2024:13852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen verlenging maatregel bewaring vreemdeling en schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie verlengde op 9 augustus 2024 de maatregel van bewaring tegen eiser met maximaal twaalf maanden op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eerder had de rechtbank deze maatregel en het voortduren ervan al meerdere keren getoetst. Eiser stelde beroep in tegen de verlenging en verzocht om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 20 augustus 2024 was eiser afwezig, de minister werd vertegenwoordigd.
De rechtbank beoordeelde dat de verlenging van de bewaring rechtmatig was, omdat de minister dezelfde gronden hanteerde als bij de oorspronkelijke maatregel en deze gronden niet inhoudelijk waren bestreden. Ook oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend handelde bij de uitzetting, ondanks het niet verschijnen van eiser bij een geplande presentatie. Het betoog dat geen verzwaarde belangenafweging was gemaakt, werd verworpen omdat uit het besluit bleek dat deze wel had plaatsgevonden.
Omdat de maatregel van bewaring inmiddels was opgeheven, beperkte de rechtbank zich tot de vraag of een schadevergoeding moest worden toegekend. De rechtbank concludeerde dat de tenuitvoerlegging van de maatregel niet onrechtmatig was geweest en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.