Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Poolse gemeenschapsonderdaan die meer dan 19 jaar in Nederland verblijft, werd op 8 april 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eerder was vastgesteld dat eiser geen rechtmatig verblijf had en was een vertrektermijn gegeven. Eiser diende op de dag van de inbewaringstelling een aanvraag om toetsing aan het EU-recht in, die verweerder afwees wegens misbruik van recht.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag louter was ingediend om procedureel rechtmatig verblijf te verkrijgen en daarmee de inbewaringstelling te voorkomen, zonder dat er feitelijke aanknopingspunten waren voor een Unierechtelijk verblijfsrecht. Het aanvraagformulier was onvolledig en bevatte geen ondersteunende documenten of toelichting. Eiser had geen betaald werk of inkomen en gaf geen zakelijke belangen aan.
Gelet op deze feiten concludeert de rechtbank dat sprake is van misbruik van recht, waardoor het procedureel rechtmatig verblijf met terugwerkende kracht kan worden ontzegd. Ook het bezwaar tegen de afwijzing en een tweede aanvraag leveren geen ander oordeel op. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring leidt tot hetzelfde oordeel.
Uitkomst: Het beroep tegen de inbewaringstelling wordt ongegrond verklaard vanwege misbruik van recht en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.