ECLI:NL:RVS:2021:2530
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring en rechtmatig verblijf tijdens aanvraag toetsing EU-recht
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 3 januari 2021 een vreemdeling opgedragen de EU te verlaten, een inreisverbod opgelegd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht of een aanvraag om toetsing aan EU-recht rechtmatig verblijf oplevert en wat dit betekent voor de bewaring. De vreemdeling voerde aan dat artikel 20 VWEU Pro rechtstreeks rechtmatig verblijf verleent, terwijl de staatssecretaris stelde dat artikel 8 Vw Pro 2000 geen grondslag biedt voor verblijf tijdens de aanvraag, maar dat procedureel rechtmatig verblijf kan worden aangenomen.
De Afdeling oordeelt dat artikel 8, aanhef en onder e, van de Vw 2000 zo moet worden uitgelegd dat een aanvraag om toetsing aan EU-recht procedureel rechtmatig verblijf oplevert. Hierdoor kan bewaring op grond van artikel 59 Vw Pro 2000 niet worden voortgezet na indiening van de aanvraag. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep gegrond en kent de vreemdeling een schadevergoeding toe.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, bewaring onrechtmatig vanaf 4 januari 2021 en schadevergoeding toegekend.