ECLI:NL:RBDHA:2024:13883
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening na intrekking besluit tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoekster, een Oekraïense derdelander, ontving op 17 augustus 2023 een besluit waarin haar tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG werd beëindigd. Zij stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening. Na haar verzoek trok de minister het bestreden besluit in en schortte de rechtsgevolgen feitelijk op door de tijdelijke bescherming te verlengen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat door deze opschorting het verzoek om voorlopige voorziening was ingewilligd, waardoor verzoekster kreeg wat zij beoogde. Op grond hiervan werd de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 875.
De uitspraak is gedaan op 29 augustus 2024 door de voorzieningenrechter en griffier en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open, conform artikel 8:75a Awb. De procedure benadrukt het belang van het voorkomen van onevenredig nadeel tijdens bezwaar- en beroepsprocedures.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de minister wordt veroordeeld in de proceskosten van € 875.