Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling. De rechtbank beoordeelt in verzet of er redelijke twijfel bestaat over het oordeel in de aangevallen uitspraak.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn voor de asielaanvraag startte op 7 december 2022, de datum waarop het M35-H formulier werd ondertekend. De beslistermijn was verlengd met negen maanden op grond van het WBV 2022/22, waardoor de uiterste beslisdatum op 7 maart 2024 lag. De ingebrekestelling werd echter op 7 maart 2024 ontvangen, wat betekent dat deze prematuur was ingediend.
Omdat de ingebrekestelling niet rechtsgeldig was, voldeed opposant niet aan de voorwaarden voor het instellen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat er geen redelijke twijfel bestaat over deze conclusie en verklaart het verzet ongegrond. De eerdere uitspraak blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.