ECLI:NL:RBDHA:2024:13924
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hernieuwde afgifte autorisatie examinator FE na niet behalen vaardigheidstest
Eiser vroeg hernieuwde afgifte van zijn autorisatie als examinator FE aan nadat zijn certificaat was verlopen en hij niet was geslaagd voor de vaardigheidstest. Verweerder wees de aanvraag af op grond van het niet voldoen aan de voorwaarden uit de Verordening (EU) nr. 1178/2011, met name artikel FCL.1020 en FCL.1025. De rechtbank oordeelt dat de aanvraag terecht als hernieuwde afgifte is beoordeeld, waarbij geen keuzemogelijkheid bestaat en aan FCL.1020 moet worden voldaan.
De rechtbank stelt vast dat zij niet inhoudelijk kan oordelen over de juistheid van de examenuitslagen, omdat deze zijn uitgesloten van bezwaar en beroep op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De procedure is beperkt tot de vraag of de juiste wet- en regelgeving is toegepast. De rechtbank concludeert dat verweerder de wet- en regelgeving correct heeft toegepast en dat de hoorplicht niet is geschonden, omdat geen nieuwe relevante informatie is ingebracht.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.M. de Wit en griffier E.H. Maas op 28 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de hernieuwde afgifte van het examinatorcertificaat wordt ongegrond verklaard.