ECLI:NL:RBDHA:2024:13967
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen en Nederland een verzoek tot terugname aan Frankrijk heeft gedaan dat is aanvaard.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt vanwege structurele opvangproblemen in Frankrijk, onderbouwd met recente AIDA-rapporten. Hij stelde dat terugkeer naar Frankrijk zou leiden tot materiële deprivatie en een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, omdat hij mogelijk op straat of in nachtopvang zou moeten verblijven. Tevens voerde hij aan dat hij niet van de Franse autoriteiten kan verwachten dat hij daar klacht indient.
De rechtbank overwoog dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State recentelijk heeft geoordeeld dat de opvangproblemen in Frankrijk niet dermate ernstig zijn dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wordt doorbroken. De Franse autoriteiten hebben bovendien garanties gegeven dat zij de asielaanvraag van eiser zullen behandelen. De rechtbank achtte de situatie van eiser niet vergelijkbaar met een eerder geval van een kwetsbaar gezin waarin het vertrouwensbeginsel werd betwijfeld. Ook vond de rechtbank dat de minister voldoende op de individuele situatie van eiser is ingegaan.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het besluit van de minister in stand blijft. Er is geen sprake van een gebrekkige voorbereiding of motivering van het besluit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol en griffier K.L.H. Thomas op 6 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.