ECLI:NL:RBDHA:2024:13989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Estland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Estland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en beoordeeld of het beroep ontvankelijk is en inhoudelijk gegrond.
De rechtbank stelde vast dat ondanks het vertrek van eiser met onbekende bestemming, er nog contact is tussen eiser en zijn gemachtigde, wat duidt op procesbelang. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Estland zijn internationale verplichtingen niet nakomt of dat er sprake is van structurele tekortkomingen die een schending van artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro EU zouden opleveren.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en verklaarde het ongegrond. Eiser mag worden overgedragen aan Estland en krijgt geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Van Dijk en openbaar gemaakt op 2 september 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Estland.