Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, diende op 17 april 2024 een asielaanvraag in voor zichzelf en haar minderjarige kinderen. Verweerder verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiseres een verblijfsstatus in Italië heeft en geen nieuwe relevante elementen had aangevoerd die een herbeoordeling rechtvaardigen. Eerder was een aanvraag van eiseres in 2021 eveneens niet-ontvankelijk verklaard op basis van hetzelfde interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eiseres stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië niet langer van toepassing is, verwijzend naar een decreet van augustus 2023 en recente jurisprudentie. De rechtbank oordeelde echter dat deze elementen reeds in eerdere uitspraken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waren betrokken en niet tot een wezenlijk ander beeld leiden.
Tijdens de zitting gaf eiseres aan dat zij nog een geldige verblijfsvergunning in Italië bezit tot oktober 2024, waardoor zij haar eerdere beroepsgrond introk. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van haar asielaanvraag bevestigd.