Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RVS:2024:1085

Raad van State

Datum uitspraak
14 maart 2024
Publicatiedatum
18 maart 2024
Zaaknummer
202401173/1/V1 en 202401173/2/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 92 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 november 2023 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling, mede namens zijn minderjarige zoon, heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 16 februari 2024 ongegrond verklaarde.

De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling overwoog dat de rechtsvraag die aan de orde was reeds eerder was beantwoord in een uitspraak van 24 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1788) met betrekking tot de situatie in Italië voor statushouders.

Op grond hiervan bood het hoger beroep geen aanleiding om anders te oordelen dan de rechtbank. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel. De uitspraak werd gedaan op 14 maart 2024.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

202401173/1/V1 en 202401173/2/V1.
Datum uitspraak: 14 maart 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[vreemdeling], mede voor zijn minderjarige zoon,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-­Hertogenbosch, van 16 februari 2024 in zaak nr. NL23.35287 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 8 november 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 16 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.H.T. van Boxmeer, advocaat te 's-Hertogenbosch, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.1.    Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 24 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1788, onder 4.2 tot en met 4.5, over de situatie in Italië voor statushouders). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. De Groot
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 maart 2024
210