Eiser, van Ghanese nationaliteit, betwistte de rechtmatigheid van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Migratie en Asiel. Hij stelde dat een eerder vastgesteld gebrek in een vorige maatregel doorwerkte in de huidige maatregel, en dat het inreisverbod en terugkeerbesluit niet rechtsgeldig waren.
De rechtbank oordeelde dat een gebrek in een eerdere maatregel niet automatisch de huidige maatregel onrechtmatig maakt, tenzij sprake is van een ernstige schending van fundamentele rechten. Dit was hier niet het geval, mede omdat de eerdere onrechtmatigheid slechts één dag duurde. Het inreisverbod en terugkeerbesluit waren volgens de rechtbank rechtsgeldig bekendgemaakt, en het aanvullende terugkeerbesluit herstelde eerdere gebreken.
De rechtbank vond de door de minister aangevoerde zware en lichte gronden voor de bewaring feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Ambtshalve toetsing leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.