ECLI:NL:RVS:2023:2353
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld onrechtmatig wegens onvoldoende voortvarendheid staatssecretaris
De staatssecretaris stelde de vreemdeling op 13 februari 2022 in bewaring met het oog op overdracht aan Frankrijk, waarna een claimverzoek werd afgewezen. Na een heroverwegingsverzoek dat pas na tien dagen werd ingediend, werd de maatregel opgeheven en een nieuwe maatregel opgelegd. De rechtbank oordeelde dat de bewaring van 25 tot 29 maart onrechtmatig was, maar niet eerder.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en betoogde dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld door te lang te wachten met het heroverwegingsverzoek. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris onnodig tien dagen stilzat, waardoor de bewaring vanaf 1 maart onrechtmatig was. Tevens werd geoordeeld dat de rechtbank terecht de beoordeling van de eerste maatregel beperkte tot schadevergoeding, omdat een opvolgende maatregel was opgelegd.
Tegen de tweede maatregel stelde de vreemdeling dat de onrechtmatigheid van de eerste maatregel doorwerkt in de beoordeling van de tweede. De Afdeling oordeelde dat een ernstige schending van het recht op vrijheid door de eerste maatregel inderdaad doorwerkt, waardoor de tweede maatregel eveneens onrechtmatig is. De uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding van €6.500 toegekend. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig vanaf 1 maart 2022, waardoor de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en een schadevergoeding wordt toegekend.