Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het onderzoek zonder zitting gesloten omdat partijen geen zitting wensten.
De minister van Asiel en Migratie hanteert sinds januari 2024 het fifo-principe, waardoor de aanvraag van eiser naar verwachting pas in december 2024 wordt behandeld. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen wegneemt.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiser rechtsgeldig in gebreke is gesteld. Het beroep is daarom ontvankelijk en gegrond. De rechtbank legt een beslistermijn van acht weken op, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder moet ook het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiser vergoeden.