ECLI:NL:RBDHA:2024:14383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen vooraf laten weten dat een zitting niet nodig was, waarna het onderzoek zonder zitting werd gesloten.
De kern van het geschil betreft de geldigheid van de ingebrekestelling die eiser heeft gestuurd. Sinds 1 januari 2023 geldt het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat deze verlenging op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van toepassing is vanwege een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat de aanvraag van eiser onder deze verlengde termijn valt, was de ingebrekestelling van 13 juni 2024 te vroeg. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep.
Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van dit vonnis.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een te vroeg ingediende ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn.