ECLI:NL:RBDHA:2024:14524
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eisers, allen van Turkse nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV). De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.
De kern van het oordeel is dat eisers het griffierecht van €187,- niet hebben betaald binnen de door de griffier gestelde termijn, ondanks dat zij hierover bij aangetekende brief zijn geïnformeerd. De rechtbank constateert dat de brief op 16 augustus 2024 is ontvangen en dat er geen verontschuldiging is gegeven voor het niet betalen van het griffierecht.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank niet inhoudelijk op het geschil ingaat en geen proceskostenveroordeling oplegt. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.