ECLI:NL:RBDHA:2024:14552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Eiseres betwist dat deze verlenging geldig is toegepast en stelt dat haar ingebrekestelling te vroeg is ingediend.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging van de beslistermijn op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 terecht is toegepast. Omdat eiseres haar aanvraag op 24 november 2023 heeft ingediend, geldt de verlengde beslistermijn tot 24 februari 2025. Haar ingebrekestelling van 15 mei 2024 is daarom prematuur.
Hierdoor voldoet eiseres niet aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep op grond van niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of het opleggen van een dwangsom.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling binnen de verlengde beslistermijn.