ECLI:NL:RBDHA:2024:14558

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 september 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
AWB 23/3661
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening inzake niet in behandeling nemen verblijfsvergunning afgewezen

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen. Hiertegen maakte verzoekster bezwaar. Vervolgens vroeg zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen totdat op het bezwaar was beslist.

De minister besloot op het bezwaar, waarna verzoekster beroep instelde tegen die beslissing. Dit beroep werd echter later ingetrokken. De voorzieningenrechter overweegt dat een verzoek om voorlopige voorziening alleen kan worden gedaan als tegen het besluit op bezwaar een beroepsprocedure loopt.

Omdat dit niet het geval is, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en beoordeelt het verzoek niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen lopende beroepsprocedure tegen het besluit op bezwaar bestaat.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/3661

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 september 2024 in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. D. de Vries),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft verweerder verzoeksters aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 19 april 2023 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen tot op het bezwaar is beslist.
Verweerder heeft op 20 juni 2023 beslist op het bezwaarschrift van verzoekster.
Verzoekster heeft op 21 juni 2023 beroep ingesteld tegen de beslissing op het bezwaarschrift. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 23/ 6706. Het verzoek is daarmee connex aan het beroep.
Op 2 oktober 2023 heeft verzoekster het beroep met zaaknummer AWB 23/6706 ingetrokken.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het besluit op het bezwaar tegen dat besluit. Tegen dat laatste besluit loopt geen beroepsprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen.

Conclusie en gevolgen

1. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.