ECLI:NL:RBDHA:2024:14573
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen daarmee instemden.
De kern van het geschil betreft de vraag of de ingebrekestelling van eiser rechtsgeldig was. Volgens de wet moet een betrokkene het bestuursorgaan eerst schriftelijk in gebreke stellen en daarna twee weken wachten alvorens beroep in te stellen. Sinds 1 januari 2023 geldt een verlengde beslistermijn van negen maanden voor asielaanvragen, vastgelegd in het besluit WBV 2023/3.
Eiser betwist dat deze verlenging op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat de ingebrekestelling niet prematuur was. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat de aanvraag van eiser onder deze verlenging valt, was de ingebrekestelling van 13 juni 2024 te vroeg. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wijst een proceskostenveroordeling af en benadrukt dat eiser binnen vier weken hoger beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling door de verlengde beslistermijn.