Eiser diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 7 maart 2023. Omdat verweerder niet tijdig op deze aanvraag had beslist, stelde eiser op 5 juni 2024 een ingebrekestelling op. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek zonder zitting gesloten.
Sinds 27 januari 2023 geldt het besluit WBV 2023/3 dat de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. Hierdoor was de beslistermijn in de zaak van eiser nog niet verstreken op het moment van de ingebrekestelling. Dit maakt de ingebrekestelling prematuur en voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.