Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] (V-nummer: [V-nummer]), eiseres,
hierna gezamenlijk aan te duiden als eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers dienden een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf en ontvingen een verlenging van de beslistermijn tot zes maanden. Zij stuurden een ingebrekestelling wegens het niet tijdig beslissen, waarna zij beroep instelden tegen het uitblijven van een besluit.
Verweerder stelde dat de ingebrekestelling prematuur was ingediend omdat de door hem gehanteerde beslistermijn nog niet was verstreken. Eisers voerden aan dat verweerder in zijn systeem een uiterste beslisdatum had vermeld, waarop zij gerechtvaardigd vertrouwen mochten stellen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt omdat verweerder een toezegging heeft gedaan die geen zwaardere belangen tegenhoudt. Echter was de ingebrekestelling toch prematuur en daarmee niet rechtsgeldig, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is verklaard.
De uitspraak benadrukt dat een ingebrekestelling pas kan worden ingediend na afloop van de wettelijke beslistermijn, ook als het bestuursorgaan een kortere termijn hanteert. De rechtbank wees het beroep af op procedurele gronden en wees op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling, ondanks een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel.