ECLI:NL:RVS:2019:2001
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig nemen van besluit op bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
De zaak betreft een hoger beroep van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, die het beroep van een buurtbewoonster gegrond verklaarde wegens het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar. De rechtbank had het college opgedragen binnen twee maanden alsnog een besluit te nemen en stelde een dwangsom vast.
Het college betoogde dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren omdat de ingebrekestelling door de belanghebbende te vroeg was gedaan, namelijk voordat de beslistermijn was verstreken. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat een ingebrekestelling pas kan plaatsvinden na het verstrijken van de beslistermijn en dat de brief van de belanghebbende van 6 november 2017 geen ingebrekestelling was.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit werd alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een geldige ingebrekestelling.