ECLI:NL:RBDHA:2024:14632
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen plaatsing in Handhavings- en Toezichtlocatie en vrijheidsbeperkende maatregel
Eiser, een vreemdeling van Syrische nationaliteit, werd op 18 augustus 2024 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) geplaatst in een Handhavings- en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en kreeg een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Dit volgde op een ernstig incident op 14 augustus 2024 waarbij eiser met een mes stekende bewegingen maakte richting een medebewoner en samen met anderen op het slachtoffer insloeg, wat leidde tot zwaar letsel. Eiser betwistte de feiten en stelde dat hij geen mes had gebruikt en geen fysiek contact had gehad.
De rechtbank oordeelde dat het COa voldoende gemotiveerd en op goede gronden had besloten tot plaatsing in de HTL. De ontkenningen van eiser werden niet geloofd, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen van vijf getuigen en het strafrechtelijke vervolgingsproces. De HTL-maatregel werd als een bestuursrechtelijke ordemaatregel gezien, niet als een strafrechtelijke sanctie. Het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel werd ongegrond verklaard.
Daarnaast werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen omdat eiser geen spoedeisend belang had aangetoond. De woning was bezichtigd en geaccepteerd, en eiser kon de HTL vrijwillig verlaten per 9 september 2024 om de woning te betrekken. De wens om spullen te kopen in het weekend werd niet als zwaarwegend belang gezien. De rechtbank bevestigde dat de vrijheidsbeperkende maatregel niet onrechtmatig was opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, op 13 september 2024. Tegen het plaatsingsbesluit kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, tegen de vrijheidsbeperkende maatregel en voorlopige voorziening niet.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel af en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af wegens gebrek aan spoedeisend belang.