ECLI:NL:RBDHA:2024:14638
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening verblijfsvergunning
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro, welke door verweerder bij besluit van 24 januari 2024 werd afgewezen. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Vervolgens diende zij op 28 februari 2024 een aanvraag in voor een verblijfdocument EU/EER.
Bij besluit van 24 mei 2024 verleende verweerder aan verzoekster verblijfsrecht op basis van artikel 10 van Pro Verordening 492/2011. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet in deze procedure tegemoet is gekomen aan verzoekster, maar in een andere procedure. Daarom is er geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het verzoek om proceskosten werd afgewezen en de uitspraak werd zonder zitting gedaan op 11 juli 2024.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat de tegemoetkoming in een andere procedure heeft plaatsgevonden.