De rechtbank Den Haag heeft op 13 september 2024 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van diefstal van een fiets op 24 maart 2024 in ’s-Gravenhage. Tijdens de terechtzittingen op 24 juni, 30 juli en 30 augustus 2024 heeft de verdachte het ten laste gelegde feit bekend. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte de fiets met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen.
De verdachte heeft een lange geschiedenis van vermogensdelicten en is eerder veroordeeld en behandeld, onder meer met een ISD-maatregel in 2017 die in 2018 werd beëindigd wegens middelengebruik. De reclassering adviseerde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar vanwege het hoge recidiverisico, de harddrugsverslaving en schizofrenie van verdachte, en het feit dat eerdere zorg en maatregelen onvoldoende effect hadden.
De verdediging verzocht om een voorwaardelijke ISD-maatregel of aftrek van voorarrest, maar de rechtbank oordeelde dat de zorgmachtiging onvoldoende is en dat alleen een onvoorwaardelijke ISD-maatregel passend en noodzakelijk is ter bescherming van de maatschappij en behandeling van de verdachte. De maatregel wordt opgelegd voor de maximale duur van twee jaar zonder aftrek van voorarrest.
De rechtbank baseert haar oordeel op het reclasseringsadvies, het strafblad, het bewezenverklaarde feit en de wettelijke vereisten voor de ISD-maatregel. De uitspraak is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag en uitgesproken in een openbare terechtzitting.