ECLI:NL:RBDHA:2024:14657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.A. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep wegens te late omzetting maatregel bewaring vreemdeling
De minister legde op 19 maart 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd eerder door de rechtbank getoetst en als rechtmatig beoordeeld tot het sluiten van het onderzoek op 5 juli 2024.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De minister hief de maatregel op op 2 september 2024, nadat eiser op 29 augustus 2024 een asielwens had geuit. De rechtbank oordeelde dat de minister de bewaring uiterlijk binnen twee dagen na deze asielwens had moeten omzetten, wat niet is gebeurd.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring vanaf 1 september 2024 onrechtmatig was en kende eiser een schadevergoeding van €100 toe voor het verblijf in het detentiecentrum. Daarnaast werd de minister veroordeeld in de proceskosten van €875. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens te late omzetting van de maatregel van bewaring en kent een schadevergoeding van €100 toe.