ECLI:NL:RBDHA:2024:1466
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, met de Libanese nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser betoogt dat het AIDA-rapport 2021 aanwijzingen bevat voor verdragsschendingen in Frankrijk, dat hij trauma's heeft opgelopen en dat bijzondere individuele omstandigheden, waaronder medische problemen van zijn vrouw, een uitzondering rechtvaardigen. Tevens stelt hij dat het besluit in strijd is met het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijke vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat overdracht aan Frankrijk niet mogelijk is. Het AIDA-rapport toont geen zodanige omstandigheden die de hoge drempel van zwaarwegendheid halen. Frankrijk heeft garanties gegeven voor behandeling van de aanvraag en eiser kan klachten indienen bij Franse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat geen bijzondere individuele omstandigheden zijn aangetoond die een overdracht onevenredig hard maken. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.