ECLI:NL:RBDHA:2024:14693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op uitstel van vertrek wegens medische redenen bevestigd
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke door de minister is afgewezen. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen deze afwijzing zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De minister had eerder tijdelijk uitstel verleend op basis van een medisch advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). Een nieuw advies van het BMA concludeerde dat eiseres medisch in staat is om te reizen, ondanks haar chronische hepatitis B-infectie. Eiseres betoogde dat het BMA-advies onvolledig is en dat haar besmettelijke ziekte en psychische aandoeningen onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres geen concrete aanknopingspunten heeft geleverd om aan de juistheid van het BMA-advies te twijfelen. Het advies is objectief en inzichtelijk, en recente medische stukken bevestigen de situatie. Ook de psychische klachten en communicatiebeperkingen van eiseres veranderen niets aan de conclusie dat reizen medisch verantwoord is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft de afwijzing van het uitstel van vertrek. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding, maar is vrijgesteld van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.