ECLI:NL:RBDHA:2024:1474
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek met onbekende bestemming
Eiser, een Tunesische asielzoeker, diende beroep in tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel. Het bestreden besluit omvatte tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor twee jaar.
Tijdens de procedure meldde de verweerder dat eiser op 16 januari 2024 de opvang had verlaten en met onbekende bestemming was vertrokken. Pogingen van de gemachtigde om contact te krijgen met eiser bleven zonder resultaat. Eiser had ook niet gereageerd op berichten en telefoontjes.
De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat een vreemdeling die zonder kennisgeving vertrekt, geacht wordt geen prijs meer te stellen op bescherming in Nederland, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde.
Gezien het ontbreken van contact en het feit dat eiser niet bekend is waar hij verblijft, concludeert de rechtbank dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.