ECLI:NL:RVS:2023:3988
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens vertrek vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 28 februari 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De rechtbank Den Haag verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens de procedure liet de staatssecretaris weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling bevestigde dat de vreemdeling de opvang had verlaten en dat het laatste contact via WhatsApp op 28 maart 2023 was, waarbij de vreemdeling aangaf de zaak te willen voortzetten. De vreemdeling verscheen niet op de zitting van 29 maart 2023.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep, omdat hij niet bekend is waar hij verblijft en geen contact onderhoudt dat impliceert dat hij nog in Nederland is. De jurisprudentie van de Afdeling van 22 februari 2019 en 16 september 2021 werd hierbij gevolgd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel bevestigd.