Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf als familie- of gezinslid in het kader van nareis. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, omdat partijen daarmee instemden.
De rechtbank oordeelt dat eiser terecht beroep heeft ingesteld, aangezien de beslistermijn van 90 dagen plus een verlenging van drie maanden door verweerder is overschreden en eiser tijdig een ingebrekestelling heeft gedaan. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor de stand van zaken onduidelijk blijft.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500.
Daarnaast krijgt eiser een proceskostenvergoeding van €437,50 toegekend, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp en het beperkte onderwerp van het beroep. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder tot aanhouding af, omdat dit de prikkel tot voortvarend beslissen zou wegnemen.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op 2 augustus 2024 door rechter G.P. Loman.