ECLI:NL:RBDHA:2024:14828

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
19 september 2024
Zaaknummer
NL24.15966
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:74 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten en griffierecht na niet-tijdige beslissing minister

Verzoekster is op 10 april 2024 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift door de minister van Asiel en Migratie. Op 23 april 2024 heeft de minister alsnog een beslissing genomen. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de minister aan verzoekster tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen tijdens het beroep. Daarom veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten die verzoekster heeft gemaakt, vastgesteld op € 437,50 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Daarnaast moet de minister het door verzoekster betaalde griffierecht van € 187,- vergoeden. De rechtbank benadrukt dat het beroep licht van gewicht was, omdat het uitsluitend ging over de overschrijding van de beslistermijn. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.D. Bijlhout, en is op 19 augustus 2024 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoekster.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.15966
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster] , verzoekster V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R. Hijma), en
de Minister van Asiel en Migratie (dan wel diens rechtsvoorgangers),de minister

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten. De minister heeft gereageerd op dit verzoek.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.¹
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen.²
3. Verzoekster is op 10 april 2024 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaarschrift. Op 23 april 2024 heeft de minister alsnog een beslissing genomen op haar bezwaarschrift. Verzoekster heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. De rechtbank stelt vast dat de minister aan verzoekster tegemoet is gekomen door hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit op de aanvraag te nemen. De rechtbank veroordeelt de minister daarom in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
5. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50. (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat het ingestelde beroep van licht gewicht is, omdat de zaak
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Awb en Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Ook moet de minister het door verzoekster betaalde griffierecht vergoeden.³

Beslissing

De rechtbank:
  • bepaalt dat de minister het door verzoekster betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 437,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van D.D. Bijlhout, griffier.
3 Artikel 8:74, eerste lid, van de Awb.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 augustus 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.