ECLI:NL:RBDHA:2024:14873
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel van bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De minister legde op 3 juni 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder deze maatregel getoetst en vond deze tot 21 juni 2024 rechtmatig. Het huidige beroep richt zich op het voortduren van de bewaring na die datum.
De rechtbank constateert dat de minister sinds het vorige onderzoek meerdere keren heeft gerappelleerd, vertrekgesprekken heeft gevoerd en een vluchtaanvraag heeft ingediend. Voor eiser is een vlucht gepland op 28 september 2024. De identiteit en nationaliteit van eiser zijn bevestigd door de Algerijnse autoriteiten.
Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig is, maar de rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt. Tevens is geen aanleiding om een lichter middel dan bewaring toe te passen, mede omdat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting en geen redenen heeft aangedragen voor een lichter middel.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.