ECLI:NL:RBDHA:2024:14882
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging en voortduring maatregel van bewaring vreemdeling zonder medewerking aan uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, zit sinds 27 februari 2024 in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De minister heeft op 22 augustus 2024 de maatregel van bewaring met maximaal twaalf maanden verlengd wegens onvoldoende medewerking van eiser aan zijn uitzetting en het ontbreken van benodigde documentatie uit derde landen.
De rechtbank toetst of het verlengingsbesluit en het voortduren van de bewaring rechtmatig zijn. De minister heeft aannemelijk gemaakt dat eiser onvoldoende actie onderneemt om zijn identiteit vast te stellen en dat de benodigde documenten uit Algerije nog ontbreken. De rechtbank oordeelt dat de zware gronden voor bewaring, zoals het niet meewerken aan uitzetting en het ontbreken van een paspoort, voldoende zijn om de maatregel te dragen.
Een lichter middel dan bewaring is niet passend gezien het gedrag van eiser. De rechtbank stelt vast dat er zicht is op uitzetting, ondanks dat de Algerijnse autoriteiten de laissez-passer nog niet hebben afgegeven. De belangenafweging door de minister is kenbaar gemaakt en voldoende gemotiveerd. De beroepen tegen het verlengingsbesluit en het voortduren van de maatregel worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen het verlengingsbesluit en het voortduren van de maatregel van bewaring ongegrond.