Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel familie en gezin. Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen een besluit genomen, ondanks een verlenging en ingebrekestelling door eiser.
De rechtbank oordeelt dat het beroep terecht en gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank legt een termijn van twee weken op waarbinnen verweerder alsnog moet besluiten. Tevens wordt een dwangsom vastgesteld van € 1.442,- wegens reeds verstreken 42 dagen overschrijding en een dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 7.500,- voor verdere overschrijding.
Daarnaast wordt eiser vrijstelling van griffierecht verleend en een proceskostenvergoeding toegekend van € 437,50 wegens inschakeling van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 19 augustus 2024.