ECLI:NL:RBDHA:2024:14903

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 augustus 2024
Publicatiedatum
19 september 2024
Zaaknummer
NL24.26813
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbWBV 2023/3
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft partijen geïnformeerd dat een zitting niet nodig was en het onderzoek gesloten zonder zitting.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen aan het bestuursorgaan, waarna pas beroep kan worden ingesteld als na twee weken nog geen besluit is genomen. Sinds 27 januari 2023 geldt het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. De rechtbank nam aan dat eiser zijn aanvraag op 5 maart 2023 heeft ingediend, niet op 18 februari 2023 zoals eiser stelde.

Omdat de ingebrekestelling op 22 mei 2024 werd ingediend, was de verlengde beslistermijn nog niet verstreken en was de ingebrekestelling prematuur. Hierdoor is niet voldaan aan de voorwaarden voor beroep op grond van niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.26813
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. B.A. Palm),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.¹
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.²
3. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.³ Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd
.Eiser geeft in zijn ingebrekestelling aan dat de asielaanvraag op 18 februari 2023 is ingediend. De rechtbank heeft echter in de gedingstukken geen aanknopingspunt gevonden om van de juistheid van die datum uit te gaan. De rechtbank
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
gaat uit van 5 maart 2023 als datum waarop eiser zijn asielaanvraag heeft ingediend. De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij op 22 mei 2024 de ingebrekestelling indiende bij verweerder. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van D.D. Bijlhout, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 augustus 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.