Deze uitspraak betreft het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen door de Minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank bepaald dat de minister binnen maximaal 20 weken, afhankelijk van herstel van verzuim en onderzoek, moest beslissen. Na het verstrijken van deze termijn zonder besluit en zonder nadere mededeling, stelde eiseres beroep in.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld, omdat partijen geen zitting wensten. De rechtbank constateert dat de minister niet binnen de gestelde termijn heeft beslist en verklaart het beroep gegrond. De minister wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 200 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding van € 437,50 toegekend, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank benadrukt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een langere beslistermijn rechtvaardigen.