ECLI:NL:RBDHA:2024:14977
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De minister had een verzoek tot terugname aan Duitsland gedaan, dat door Duitsland was aanvaard.
Eiser stelde dat hij bij terugkeer naar Duitsland risico loopt op indirect refoulement, omdat zijn eerdere asielaanvraag in Duitsland was afgewezen en hij daar slecht behandeld en gediscrimineerd zou zijn. Hij voerde aan dat hij geen adequate hulp kon krijgen bij Duitse instanties, waaronder Caritas.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waardoor mag worden aangenomen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat dit in zijn geval niet zo is. Zijn klachten over behandeling en discriminatie zijn niet aannemelijk gemaakt en hij heeft niet aangetoond dat het onmogelijk was om bij Duitse autoriteiten te klagen.
Daarom blijft het besluit van de minister in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser mag worden overgedragen aan Duitsland en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.