ECLI:NL:RVS:2024:2359
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag Pakistaanse ahmadi wegens Dublinverordening
De vreemdeling, een Pakistaanse man behorend tot de ahmadi’s, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. De vreemdeling vreesde indirect refoulement bij overdracht aan Oostenrijk vanwege onvoldoende bescherming voor ahmadi’s daar. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verwees naar een arrest van het Hof van Justitie van 30 november 2023, dat het kader van de eerdere uitspraak van 6 juli 2022 wijzigde. Dit arrest benadrukt het beginsel van wederzijds vertrouwen tussen lidstaten en stelt dat meningsverschillen over materiële asielvoorwaarden niet leiden tot systeemfouten die overdracht verhinderen.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt dit arrest en komt terug op haar eerdere uitspraak. Zij oordeelt dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van systeemfouten in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in Oostenrijk. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond, en bepaalt dat de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog inhoudelijk moet behandelen vanwege het niet tijdig overdragen van de vreemdeling aan Oostenrijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard; de staatssecretaris moet de asielaanvraag inhoudelijk behandelen.