ECLI:NL:RBDHA:2024:1507
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Gegrond verklaring beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eisers, allen van Syrische nationaliteit, hebben op 10 november 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Na het uitblijven van een besluit hebben zij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank heeft in een eerdere uitspraak van 31 augustus 2023 het beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen.
Ondanks deze rechterlijke uitspraak heeft de staatssecretaris niet binnen de gestelde termijn beslist, waarna eisers opnieuw beroep instelden. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris wederom in gebreke is gebleven en acht het beroep daarom kennelijk gegrond. De rechtbank legt een beslistermijn van twee weken op, conform artikel 8:55d van de Awb, waarbinnen alsnog een besluit moet worden genomen.
Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd van € 200,- per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tevens in de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 437,50. De gang van zaken wordt door de rechtbank als ontluisterend beoordeeld vanwege het uitblijven van enig besluit en onduidelijkheid over de voortgang van de behandeling.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de staatssecretaris wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.