Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Beslissing
- bepaalt dat de minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 187,- vergoedt;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 437,50.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster is op 30 mei 2024 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als EU langdurig ingezetene. De minister heeft op 20 juni 2024 alsnog een beslissing genomen. Verzoekster trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat het beroep licht van gewicht is omdat het enkel gaat over de overschrijding van de beslistermijn. Desondanks heeft de minister alsnog een besluit genomen, waardoor de rechtbank de minister veroordeelt tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht van €187 en proceskosten van €437,50.
Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet nodig werd geacht. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier D.D. Bijlhout en op 19 augustus 2024 in het openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten wegens niet-tijdige beslissing op de verblijfsvergunningaanvraag.