ECLI:NL:RBDHA:2024:15111
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Eiseres, van Iraakse nationaliteit en lid van de Jezidi religieuze minderheid, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. De minister nam haar aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Eiseres vreesde indirect refoulement bij overdracht aan Duitsland, omdat haar eerdere asielverzoek daar was afgewezen en zij vreest terugkeer naar Noord-Irak met risico op ernstige schendingen van haar rechten.
De rechtbank oordeelt dat de minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat lidstaten hun verdragsverplichtingen nakomen. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat het Duitse asiel- en opvangsysteem ernstige tekortkomingen vertoont die een reëel risico op onrechtmatige behandeling opleveren. Haar vrees voor ontvoering, verkrachting en vernedering is niet concreet gemaakt.
De rechtbank stelt dat binnen de Dublinprocedure niet kan worden getoetst of indirect refoulement dreigt, tenzij het vertrouwensbeginsel niet langer geldt, wat hier niet het geval is. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.