ECLI:NL:RBDHA:2024:15114
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, met de Myanmarese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Polen verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte deze verantwoordelijkheid en stelde dat Roemenië verantwoordelijk had moeten zijn, en voerde daarnaast ernstige tekortkomingen en systeemfouten aan in het Poolse asielstelsel.
De rechtbank oordeelde dat Polen door het afgeven van een claimakkoord verantwoordelijk is geworden en dat Nederland erop mocht vertrouwen dat Polen zijn internationale verplichtingen nakomt. De enkele, niet onderbouwde stellingen van eiser over tekortkomingen in Polen waren onvoldoende om het interstatelijke vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank vond het bestreden besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd en verklaarde het beroep kennelijk ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.