ECLI:NL:RBDHA:2024:15225
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduring bewaring en verwijdering naar Algerije
Eiser is in bewaring gehouden op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld met bijzondere aandacht voor de identiteit van eiser en de terugkeerprocedure naar Algerije.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de Algerijnse autoriteiten recent vele laissez-passer (lp) toezeggingen hebben gedaan, maar dat er sprake is van tijdsverloop in het boeken van vluchten vanwege discrepanties in identiteitsgegevens tussen verweerder en Algerije. Eiser betwist zijn identiteit zoals geregistreerd door de Algerijnse autoriteiten, maar heeft geen documenten overlegd ter onderbouwing en weigert contact met de Algerijnse consul.
De rechtbank oordeelt dat verweerder mag uitgaan van de nationaliteits- en identiteitsbevestiging door Algerije en dat eiser rechtmatig in bewaring wordt gehouden tot zijn geplande uitzetting op 11 oktober 2024. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat geen onrechtmatigheden zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortduring van de bewaring en verwijdering naar Algerije wordt ongegrond verklaard.