ECLI:NL:RBDHA:2024:15242
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na vertrek vreemdeling
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarbij zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank behandelde het beroep op 5 september 2024 samen met een andere zaak en deed onmiddellijk daarna uitspraak.
De rechtbank stelde vast dat eiser per 13 augustus 2024 met onbekende bestemming was vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem had. De gemachtigde gaf aan dat het laatst bekende contact via Whatsapp op 2 augustus 2024 was en dat zij geen informatie had over de verblijfplaats van eiser.
Op grond van vaste rechtspraak geldt dat wanneer een vreemdeling zonder mededeling van verblijfplaats vertrekt, wordt aangenomen dat hij geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht. Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en zijn verblijfplaats onbekend is, heeft hij geen rechtens te beschermen belang bij een beoordeling van het bestreden besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelde zij het beroep niet inhoudelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter I. Helmich in aanwezigheid van griffier M.M.A.F.C. Lienaerts.
Uitkomst: Het beroep van eiser is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vertrek met onbekende bestemming.