ECLI:NL:RBDHA:2024:15286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met Syrië
Eisers, Syrische staatsburgers en gehuwd, vroegen een visum voor kort verblijf aan om familie te bezoeken in Nederland. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af wegens onvoldoende aantoonbare sociale en economische binding met Syrië en twijfel over terugkeer. Eisers maakten bezwaar en stelden dat het bezwaar ten onrechte kennelijk ongegrond was verklaard en dat zij hadden moeten worden gehoord.
De rechtbank oordeelt dat het horen in bezwaar een essentieel onderdeel is en dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen van eisers, omdat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. De rechtbank past artikel 6:22 Awb Pro toe en passeert het hoorgebrek omdat eisers niet benadeeld zijn.
De inhoudelijke afwijzing van het visum wordt bevestigd omdat de sociale binding onvoldoende is aangetoond, mede door onduidelijkheid over verblijfplaatsen van familieleden en het ontbreken van een sterke economische binding. De rechtbank verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar gegrond, stelt de dwangsom vast op €902,- en veroordeelt verweerder in de proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt gegrond verklaard met oplegging van een dwangsom, het beroep tegen het visum wordt ongegrond verklaard.