ECLI:NL:RBDHA:2024:15302
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De kern van het geschil betreft de geldigheid van de verlenging van de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3, dat sinds 27 januari 2023 van kracht is en de beslistermijnen met negen maanden verlengt voor aanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024.
Eiser betwist dat de situatie die tot deze verlenging leidt, zich voordoet en stelt dat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 16 februari 2024 waarin is geoordeeld dat de minister voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet zich voordeed ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3.
Omdat eiser zijn asielaanvraag op 18 oktober 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn. De minister moet uiterlijk op 18 januari 2025 beslissen. De ingebrekestelling van 23 mei 2024 is daarom te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier D.D. Bijlhout op 11 september 2024 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling in het kader van de verlengde beslistermijn.