ECLI:NL:RBDHA:2024:15312

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 september 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
NL24.14431
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:54 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens vrijwillige terugkeer naar land van herkomst

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag ongegrond werd verklaard op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder heeft de rechtbank geïnformeerd dat eiser op 30 mei 2024 vrijwillig is teruggekeerd naar Nigeria met ondersteuning van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), waarbij hij een vertrekverklaring heeft ondertekend waarin hij instemt met beëindiging van openstaande verblijfsprocedures.

De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij de beroepsprocedure. Uit vaste jurisprudentie volgt dat een vreemdeling die vrijwillig is vertrokken en instemt met het beëindigen van verblijfsprocedures geen belang meer heeft bij inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. De rechtbank concludeert dat eiser geen aanspraak meer wenst te maken op een asielvergunning in Nederland.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en zal zij niet inhoudelijk op de zaak ingaan. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, mede omdat niet is gebleken dat de vertrekverklaring onder dwang of zonder kennis van zaken is ondertekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na vrijwillige terugkeer naar Nigeria.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.14431
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. M.R. Verdoner),
en
de Minister van Asiel en Migratie, voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 april 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de door eiser ingediende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) ongegrond verklaard op grond van artikel 31 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Eiser heeft tegen het voornoemd besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. 1
2. Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 31, eerste lid, Vw. Daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd kan worden afgewezen indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag gegrond is op omstandigheden die een rechtsgrond voor verlening vormen.
Procesbelang
3. Verweerder heeft de rechtbank bericht dat eiser op 30 mei 2024 met ondersteuning van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) vrijwillig is vertrokken naar Nigeria, zijn land van herkomst. Hierbij heeft verweerder de vertrekverklaring van de IOM overgelegd waaraan een ondertekende vertrekverklaring is gehecht. Daarin geeft eiser te kennen dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat hij ermee instemt dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd en/of de verblijfsvergunning wordt
1. Op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
ingetrokken. Gesteld noch gebleken is dat eiser deze verklaring niet vrijwillig, maar onder dwang of zonder kennis van de inhoud heeft ondertekend.
4. Gelet op het vorenstaande dient de rechtbank (ambtshalve) te beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij de onderhavige beroepsprocedure, voordat de rechtbank aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep kan toekomen.
5. Nog daargelaten of de instemming met de beëindiging van de nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel ook betekent dat bij de rechtbank aanhangig zijnde procedures zijn ingetrokken, volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat de vreemdeling onder deze omstandigheden geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Hierbij wijst de rechtbank op de uitspraak van de Afdeling van (bijvoorbeeld) 6 december 20182.
6. Op grond van het vorenstaande leidt de rechtbank uit de vertrekverklaring, in samenhang bezien met het feit dat eiser vrijwillig is teruggekeerd naar Nigeria, af dat hij in Nederland geen aanspraak meer wenst te maken op een asielvergunning. Gelet hierop heeft hij geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep gericht tegen het ongegrond verklaren van zijn asielaanvraag.
Conclusie
7. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de vraag of verweerder de asielaanvraag van eiser terecht ongegrond heeft verklaard niet zal beoordelen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 september 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.