ECLI:NL:RBDHA:2024:15336
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is op 10 april 2024 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel tot 16 augustus 2024 rechtmatig was en beoordeelt daarom alleen het voortduren van de maatregel vanaf die datum. Eiser betwist dat er zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, verwijzend naar tegenstrijdige informatie over geplande vluchten en het ontbreken van een laissez-passer (LP).
Uit het voortgangsrapport en vertrekgesprekken blijkt echter dat een vlucht gepland staat op 2 oktober 2024 en dat de nationaliteit van eiser is bevestigd met toezegging tot afgifte van een LP. De rechtbank vindt geen reden om aan te nemen dat uitzetting niet binnen redelijke termijn zal plaatsvinden. De belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.