ECLI:NL:RBDHA:2024:15340
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling uit Algerije ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was reeds eerder getoetst en toen rechtmatig bevonden. Het geschil spitste zich toe op de vraag of sinds 19 augustus 2024 de maatregel nog steeds rechtmatig was.
Eiser voerde aan dat er geen redelijk zicht op uitzetting naar Algerije bestond, mede vanwege de lange duur van de procedures voor het verkrijgen van een laissez-passer. De rechtbank oordeelde dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder had geoordeeld dat er in het algemeen wel zicht is op uitzetting naar Algerije. Eiser had onvoldoende concreet onderbouwd dat dit in zijn geval anders was. Bovendien was er een LP-aanvraag ingediend en stond een presentatie aan de Algerijnse autoriteiten gepland.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep ongegrond. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.